top of page
  • Frank Bokern

De ellende krijgt een gezicht

Eind september 1927 verklaart de gemeente het pand Plankstraat 1, hoek Grote Stokstraat, onbewoonbaar. Niet veel later wordt het pand gesloopt, er is nooit meer iets voor in de plaats gekomen. Nu waren er wel meer panden in de buurt feitelijk onbewoonbaar, maar de gemeente heeft tot 1940 de hand gelicht met de bepalingen in de Woningwet. Die wet schreef al sinds 1902 voor dat een gemeente rigoureus diende in te grijpen bij onacceptabele woontoestanden. Door een pand zo nodig te onteigenen, op kosten van de huiseigenaar weer bewoonbaar te maken, of te slopen. Daar had de gemeente helemaal geen zin in: dat zou maar geld kosten. Bij sloop moesten de arme sloebers die het huis dienden te verlaten, dan bovendien nieuw onderdak krijgen. Dat ging al helemaal te ver voor burgemeester Van Oppen en zijn wethouders.


[Tekst loopt door onder de illustratie]




Dat blijkt ook bij de ontruiming van de Plankstraat 1 in het najaar van 1927. De bewoners worden gewoon op straat gezet. En dat terwijl de gemeente dan al jaren eigenaar is van het pand, en dus ook de huurbaas is die hier zulke onaanvaardbare wooncondities heeft laten ontstaan. Eén gezin weet zich geen raad, en maakt met zijn schamele bedoeninkje dan maar een bivak op de hoek van de Eksterstraat en de Houtmaas. De twee gammele kasten die ze hebben dienen als muren van hun hutje, als beschutting tegen de regen en de kou hebben ze niets meer dan wat asfaltpapier. Kranten in het hele land schrijven erover en reageren ontzet, maar de gemeente laat het gezin drie weken aan zijn lot over voordat er dankzij bemiddeling van SDAP-gemeenteraadslid Hubert Paris alsnog een huisje voor ze wordt geregeld aan de Kozakkenweg 1. De Telegraaf stuurt zelfs een fotograaf om het geïmproviseerde bivak op de plaat te zetten, heel bijzonder in die tijd. De journalist weet dat hoofdbewoner dan werkloos is maar wat geld probeert te verdienen met de verkoop van schuurzand, terwijl de vrouw een karig inkomen bij elkaar sprokkelt als venter. Het is dan al behoorlijk afzien voor het gezin: de nachten zijn koud, er is zelfs sprake van nachtvorst.


De huisuitzetting in de Plankstraat is een van schrijnendste verhalen in Crapuul, Kroniek van een krottenwijk. Ik heb tijdens de research veel moeite gedaan om de namen te achterhalen van deze bewoners, want dat was een van de uitgangspunten van mijn boek: ik wilde de ellende een gezicht geven. Het bleek te gaan om voddenkoopman Jacques Bonfrère, zijn vrouw Maria Beckers en hun zes kinderen, waarvan de jongste, Leonie, nog geen vier was. Honderd procent zeker weet je het nooit of het spitten in het bevolkingsregister en het combineren van die data met aanwijzingen uit de krantenartikelen je wel brengen tot de juiste conclusie. Hier was ik nagenoeg zeker. En inmiddels is er geen enkele twijfel meer, want kleindochter Annemie Bonfrère nam contact met me op. Ze was al erg enthousiast over Crapuul, maar wist niet wat ze zag toen ze ontdekte dat haar opa en oma een rol spelen in het boek. Ze heeft foto’s van haar opa en oma weten te achterhalen die ik mocht gebruiken voor dit bericht, en kon bevestigen dat haar opa zijn geld lange tijd verdiende met de verkoop van schuurzand. Sterker nog: ook haar vader heeft ‘met zand gelopen’ zoals hij dat noemde.


Annemie heeft me duidelijk gemaakt dat het verhaal nog schrijnender is dan ik al dacht. Jacques, Marie en hun zes kinderen hebben na drie weken weliswaar een huisje gekregen en zijn later zelfs kunnen terugkeren naar het centrum, maar de armoede is gebleven. En dat heeft het gezin ontwricht. Het maakt weer eens duidelijk dat armoede niet alleen betekent dat er weinig geld is: armoede bepaalt het hele leven van mensen, en de gevolgen van zo’n ongeluk bestaan werken vaak nog lang door, ook bij volgende generaties. Het is al erg dat de gemeente zo lang zulke enorme armoede heeft laten bestaan in de stad, maar het is ronduit vreselijk om te moeten constateren dat burgemeester en wethouders het gezin Bonfrère-Beckers in 1927 willens en wetens over het randje van de afgrond hebben geduwd.

Comments


Commenting has been turned off.
bottom of page