top of page
  • Frank Bokern

Eerste Mestreechter Geis was nep

Komende week is het zestig jaar geleden dat het beeldje van de Mestreechter Geis is onthuld. Dat is een bijzonder verhaal. Het beeldje was een cadeau aan burgemeester Michiels van Kessenich voor zijn 25-jarig ambtsjubileum. Het jubileumcomité had de drie jaar in de oorlog dat hij niet functie was, maar een hoge baan had bij Lhoëst, maar gewoon meegeteld.


[Verhaal gaat verder onder de illustratie.]




Zoals mooi is te lezen op tempeleers.nl vond het jubileumcomité het maar eng om een kunstenaar zomaar de vrije hand te geven, dus kozen ze voor het enige beeld dat beeldhouwer Mari Andriessen (de man van het beeld van De dokwerker) had staan. Dat verbeeldde dan wel een harlekijn, en dat was een beetje merkwaardig cadeau voor een baron die burgemeester was, maar daar werd snel een mouw aangepast: ze doopten het om in de Mestreechter Geis, een figuur uit een operette.


Toen Andriessen dat hoorde, besloot hij toch een nieuw beeld te maken, afgeleid van het beeldje van de harlekijn. Dat was nou net niet de bedoeling, en het ging ook hopeloos mis. Want hij was niet op tijd klaar. Het beeld dat op 20 mei 1962 is onthuld, was een gipsen voorstudie, maar goud geschilderd zodat het net echt leek, behalve op de plek waar net voor de onthulling wat schilfers waren afgebroken. Maar de sjiek vaan Mestreech die erbij mocht zijn, speelde het spel gewoon mee.


De bevolking kon het weinig schelen. Ze mochten weer feesten, en wel drie dagen lang. ‘Het  was een gaan en komen van harmonieën en kinderen met bloemen, kinderen met lampions, heren in zwart en dames in creatie,’ schreef de Volkskrant. De krant was opeens heel wat minder volgzaam en katholiek, en kopte monkelend: ‘Zilveren burgemeester verguld met gipsen monumentje.’ Ook de Nieuwe Haarlemsche Courant had een goed humeur gekregen van de feestelijkheden: ‘De zwierige bevoking leefde zich uit in zanghuldes, serenades van muziekcorpsen, een fakkeloptocht en een speelse cabaretavond.’


Het feest verspreidde zich vervolgens over de hele stad. Zoals ik schrijf in Crapuul. Kroniek van een krottenwijk: het beeldje was niet zomaar een cadeau. Het was de kroon op het werk van de saneerders die de bewoners uit het Stokstraatkwartier hadden weten te verjagen. Terwijl de renovatie nog in volle gang was, was de façade van het buurtje inmiddels helemaal opgeknapt, zodat niemand meer kon zien dat hier meer dan een eeuw lang mensen zijn vermalen door gemeente, ondernemers en huisjesmelkers.


Het is tegelijkertijd wrang en potsierlijk dat de stad in 1962 veel geld uitgaf voor een beeldje dat de Mestreechter Geis moest verbeelden, terwijl de bewoners van het Stokstraatkwartier, de mensen die als geen ander de verpersoonlijking waren van de Mestreechter Geis, net waren ‘afgevoerd’ naar de randen van de stad en naar woonscholen. Maar dat komt misschien ook wel omdat de voorzitter van het jubileumcomité een Regout was – ze zijn overal, zo lijkt het  – ir. J.F.E. Regout.


Foto’s RHCL

Comments


bottom of page